Special HOOGWATER IN STADJE GENNEP

door Wiel van Dinter, 12 aug 2020

Klimaat
Wij leven in een tijd waarin 'klimaatverandering' een globaal gebruikt begrip is. Gemiddelde jaartemperatuur stijgt, gletsjers worden kleiner, smeltende ijsplateaus op de Zuidpool breken af. De zomers worden heter, winters milder. Meren en rivieren drogen op. Viervoeters en vogels verhuizen naar nieuwe voedselgebieden. Dat zijn opvallende verschijnselen in onze tijd.

Extreem
In de periode van ongeveer 1450 tot 1850 gebeurde echter het omgekeerde. Onderzoekers noemen die periode de Kleine IJstijd. Jaren met koudegolven overheersten de tijdvakken met wat mildere temperatuur. Gemiddeld waren de koude jaren 2 graden lager. IJsmassa's in de bergen groeiden aan omdat de winters langer duurden en de kou extremer was. Rivieren als Rijn, Waal en Maas vroren 's winters dicht. En als de tempera tuur in maart dan steeg, moesten zij enorme hoeveelheden smeltwater (Alpen, NO. Frankrijk, Ardennen) verwerken.

IJsdam
Tijdens de lange, strenge winters (nov. maart) vroren deze rivieren dus dicht. Bleef in febr./maart de dagtemperatuur lang boven nul, dan
veranderde de ijsrivier in drijvende ijsschotsen. Deze vormden bij vernauwingen en scherpe bochten in de rivier kolossale ijsdammen. Het alsmaar afkomende smelt- en regenwater hoopte zich op, brak door aanwezige dijken heen of stroomde ongehinderd het aangrenzende land binnen.

Onheil
Een dergelijke situatie deed zich Anno 1658 bij Gennep voor. Veerbaas Bothalen van het Oeffelts veerhuis hoorde begin maart 1658 van een postiljon dat stroomafwaarts in de Maas het kruiend ijs zich ophoopte en er een ijsdam ging vormen. De Maas raakte dan afgesloten. De veerbaas wist genoeg: hij waarschuwde de schout van Oeffelt en Gennep. Er kondigde zich bij deze massale aanvoer van water een grote overstroming aan. De schout van Gennep riep de schepenen, de raadslieden bijeen voor een crisisberaad en waarschuwde de pastoor en de dominee. Het dreigend onheil ging als een lopend vuurtje door Gennep heen. Een ongekende wateroverlast tekende zich af. De koeharten dreven het vee uit de stadsboerderijen naar de hoog gelegen heidevelden in de Looi en het Hezeland.

Niersbrug
Twee dagen na de waarschuwing steeg het water met drijfijs zeer snel. Het geblokkeerde water zocht zich een weg richting het stadje. Het Maaswater werd de Niers opgestuwd, wat tot voorbij Goch merkbaar was. Buiten de Nierspoort vernielden de aandrijvende ijsschollen de houten pijlers van de Niersbrug en het gangwerk van de daar aanwezige korenwatermolen en walkmolen. De overbrugging werd door het kruiend ijs oostwaarts meegesleurd. Voor het stadje Gennep met zijn 600 inwoners voltrok zich een ware catastrofe.

Aak
Het water drong van twee kanten Gennep binnen: het Maaswater vanuit het westen, het Nierswater via het oosten. In de laag gelegen zijstraten van de op de oude Maasduinenrij liggende Zandstraat stond het water al gauw een meter hoog. Kelders liepen vol, het woongedeelte van de huizen volgde, mens en dier moesten naar boven. Bewoners van kleine huisjes zochten een goed heenkomen. Het alsmaar stijgende water spoelde nu ook over de hele Zandstraat.Iets wat sinds het hoogwater van 1643 noch in de decennia daarvoor gebeurd was. Ook de daar wonende patriciërs moesten hun heil zoeken op de bovenverdieping. Het stadsbestuur besloot een aak met sterke mannen langs de huizen te laten varen om waar nodig brood uit te delen.

1787: Prent van Bulthuis van de Nierspoort

Vlot
De bewoners van het gemeentelijk gasthuis in de Houtstraat waren geëvacueerd, het Gildehuis op de Zandstraat ontruimd. In de Martinuskerk stond het water meer dan een meter hoog, de diensten opgeschort. De aak met voedsel kon makkelijk op de Markt voor het nieuwe stadhuis aanmeren. Een boot die vastlegt op de Markt aan de verkoopbank van de wekelijkse vis; dat was nog nooit vertoond. Het openbare leven in Gennep stond stil. Een vlot van twee lege biertonnen was het enige verkeer in de verdronken Zandstraat. De drie stadspoorten stonden wijd open.

Gedenksteen
Deze watersnood is de ergste, bekend in de Gennepse geschiedenis. Rudolf Vogelvangers, kerkmeester van de Martinuskerk, trachtte deze watervloed voor het nageslacht vast te legen. Hij liet een Gennepse steenhouwer een vierkante steen vervaardigen met de inscriptie:

Anno 1658 op Merts dagh
Doen men het water aen desen steen sach

Hij liet de steen op het waterpeil aan de Nierspoort in de muur metselen. Begin 1800 werden de Zand- en Nierspoort afgebroken en verdween de steen spoorloos. De poorten werden afgebroken in de Franse tijd. Het poortgeld werd afgeschaft, waarmee de poorten nutteloos werden. De Maaspoort werd pas later afgebroken, want daarin woonde begin 1800 nog een Genneps gezin.

Gravure van A Rademaker (rond 1700)

Bron: Chr. Creemers: Bescheiden betreffende Gennep. Maastricht 1895.